Een Nederlandstalige boekenblog door Sjoukje Croux

Mogelijk gemaakt door Blogger.

2020: een kleine terugblik (maar niet te treurig)

O, 2020. Ik heb meerdere malen geprobeerd een uitgebreid retrospectief te typen - 'wat een jaar, op dit moment voelde ik me zo en dat had dit effect op mijn leesgedrag, op dat moment ...' - maar ik heb het gevoel doodgegooid te worden met dergelijke artikeltjes. Het was een vreemd jaar. Ik las veel, maar niet zoveel als ik had voorspeld te zullen lezen, in maart. Ik las De pest niet (althans, niet uit, want het kwam te dichtbij; het resultaat is dat De pest nu naast La Peste staat omdat ik óóit in de veronderstelling verkeerde Frans te kunnen lezen. Ha.) Er waren weken waarin ik geen boek aanraakte (echt waar) (vooral in de zomer, toen cafeetjes weer even open waren en ik het gevoel had weer iets dichter bij méér mensen te kunnen zijn). Ik haalde mijn Goodreads Reading Challenge (die ik eerder in het jaar bijstelde van 60 naar 52, wat dan wel weer sip is). Maar het belangrijkste is: ik las mooie boeken. Hierbij, in volledig willekeurige volgorde, wat favorieten van 2020. Let wel: het zijn niet DE favorieten - het zijn de favorieten die in het afgelopen jaar verschenen, in eerste instantie geschreven voor de boekhandel waar ik werk. Zo las ik ook Compassie van Stephan Enter, wat ik een fantastisch in-één-adem-uit-boek vond. En Weg met Eddy Bellegueule, wat ik een erg mooi verhaal vond ook omdat het verschillen in klasse en milieu zo moeiteloos illustreerde. En Noodweer van Marijke Schermer (mooi) (sowieso een schrijver waarvan ik eigenlijk alles wil gaan lezen in 2021). En de bekende boeken De verborgen geschiedenis en Een klein leven (het eerste: goed, een heerlijk verhaal op het randje van thriller-spannend maar dan wel verhuld in rookwolken op een campus - het tweede: goed verhaal over vriendschap/familie, maar soms iets te onnodig tranentrekkend duister voor mij). En Daisy Jones & The Six (een boek dat ik normaal gesproken eigenlijk niet zou oppakken, maar 2020 als 'leesjaar' wel enorm goed deed starten). Ik las de Ditlevsen-reeks (voor mij varieerde het in 'mooiheid', (ik strooi met het woord 'mooi', in dit lapje, merk ik al - maar het laatste deel vond ik fantastisch). En véél meer. Ach, zoals je ziet, ondanks de persconferenties en eindeloze rondjes Vondelpark en avonden thuis en onafgemaakte puzzels en skeelers verstoffend in de berging: het was een mooi jaar, hoor. Als ik afga op de boeken die ik las in ieder geval wel. Ik ben benieuwd wat 2021 gaat brengen: ik ben in ieder geval nét begonnen met Op weg naar De Hartz van Wessel te Gussinklo, dat zal een goed begin zijn. Ik wens iedereen die op de valreep van 2020 nog uitkomt bij dit artikeltje een fijne jaarwisseling en een héél mooi leesjaar. Wat er ook gebeurt in de buitenwereld, je kunt je nog altijd opsluiten met een boek. 


Alle boeken die ik las vind je hier: klik 




De onafscheidelijken – Simone de Beauvoir

Ik begin dit lijstje met twee boeken die al behoorlijk lang geleden geschreven werden, maar recentelijk (opnieuw) in de boekhandels verschenen. De Beauvoir schreef De onafscheidelijken ongeveer zeventig jaar geleden, maar het manuscript werd pas in 2019 teruggevonden. Het boek is een autobiografische roman en geeft een inkijk in het leven van een jonge De Beauvoir, Sylvie, in dit boek. Sylvie leert op een katholieke meisjesschool Andrée kennen – pseudoniem voor Zaza, De Beauvoirs jeugdvriendin. Sylvie is onder de indruk van de eigenzinnige Andrée die alles doet wat zij niet durft en het duo ontwikkelt een bijzondere vriendschap. Na een ingewikkelde jeugd overlijdt Andrée plots op jonge leeftijd. Dit boek beschrijft deze vriendschap en toont op een mooi invoelbare manier de fascinatie en liefde die dus eigenlijk de jonge De Beauvoir gedurende haar hele leven voor Zaza voelde. In mijn ‘zomertips’ noemde ik de biografie die Kate Kirkpatrick schreef over Simone de Beauvoir; als je die indertijd las en net zo waardeerde als ik, is dit fijne boek een (extra) goede toevoeging aan je lijst. Extra leuk: Cossee gaf dit boek uit met een foto van De Beauvoir en Zaza op het omslag; achterin vind je brieven die het ‘echte’ duo uitwisselde. 

 

De Steppewolf – Hermann Hesse 

Ook het tweede boek stamt uit een ver verleden, nog verder dan dat van Simone de Beauvoir: Hermann Hesse's De Steppewolf verscheen voor het eerst in 1927. Nu, bijna honderd jaar later, stak De Bezige Bij het in een nieuw jasje. De Steppewolf is een eveneens enerzijds fictief, anderzijds autobiografisch boek. Het verhaal gaat over Harry Haller, een Duitse intellectueel die niet zo goed in de wereld lijkt te passen. Hij brengt zijn avonden eenzaam door tussen de boeken en in Duitse cafés, maar is zich altijd bewust van zijn rol als outsider – een rol waar hij zich comfortabel in voelt als ‘steppewolf’. Op een gegeven moment leert hij Hermine kennen, die hem aan de hand neemt en de wereld van dansfeestjes, koetjes en kalfjes, en de ‘bourgeoisie’ laat zien. Wat ik mooi vind aan dit boek is dat ik denk dat iedereen hier iets ánders uit kan halen: voor mij is het een relaas over het aan de kaak stellen van je eigen wereldbeeld, het verruimen van de eigen (vaak toch wel benauwde) blik – voor anderen is het een boek over vriendschap, over de zin van het leven, muziek of literatuur. Daarnaast is het een boek dat nu, al die jaren later, nog steeds heel fijn leesbaar is. 

 

Zussen – Daisy Johnson

Daisy Johnson’s Zussen is een verhaal over de zussen Juli en September die met hun moeder de stad Oxford verlaten en vertrekken naar een plek op het Britse platteland genaamd Settle House. In dit boek lezen we over de geschiedenis van dit huis, het duo en diens moeder: ze verlaten de grote stad niet zonder reden. De twee waren altijd onafscheidelijk maar duidelijk anders: zo is September degene die altijd het voortouw neemt en Juli de persoon die dit, vaak tevreden maar niet altijd, volgt. Het lijkt een in eerste instantie erg duister boek met wat elementen die doen verwonderen over wat waar is en wat niet, maar hoe verder het boek vordert, hoe duidelijker het wordt dat dit een bijzonder verhaal is over familie, rouw, en de betekenis hiervan.

 

Een man met goede schoenen – Rob van Essen 

Op de voorkant van dit nieuwe boek van Rob van Essen prijkt een kleine kabouter met, zover we kunnen zien, inderdaad best wel goede schoenen – maar dat is niet waar het boek over gaat: het is een bundel met een verzameling van allemaal verschillende verhalen. Deze verhalen spelen zich af in het Rob van Essen-universum waar niets is wat het lijkt maar ook weer niets zó absurd is dat het ongeloofwaardig wordt: de verhalen zijn een beetje gek, een beetje onvoorstelbaar, eigenlijk is het moeilijk om de in graad van absurditeit-variërende verhalen van Van Essen fatsoenlijk uit te leggen. Wat ik kan zeggen is dat het een schrijver is die me altijd doet lachen, hardop, zelfs, zonder moeite. Ook leuk: als je eerdere bundels of verhalen van deze auteur las, zul je blij worden van de terugkerende personages. 

 

Sempre Susan – Sigrid Nunez

Sigrid Nunez had een korte tijd een relatie met de zoon van Susan Sontag. Dit boek gaat over de periode waarin Nunez het leven van de Amerikaanse schrijfster, filosoof, essayist, activist van dichtbij meemaakte. Nunez zet middels grappige maar vaak ook opvallende anekdotes uiteen hoe het leven van Sontag was. Zo was Sontag volkomen onwetend als het op het opvoeden van haar zoon David aankwam: ze liet geen echo’s maken (omdat ze niet wist dat dat erbij hoorde) en toen hij jong was lag hij vaak op stapels jassen te slapen terwijl Sontag culturele evenementen aandeed. Het boek is dun en geeft vooral inzicht in hoe Nunez Sontag kende, wat dus niet haar hele leven was – maar daardoor niet minder leuk. Als Benjamin Moser’s lijvige biografie Sontag iets te afschrikwekkend dik is, zou ik dit boek aanraden – hoewel het voor mij wel een prettig opstapje naar deze biografie bleek te zijn. 

 

De flard – Philippe Lançon

Op 7 januari 2015 werd er een terroristische aanslag gepleegd op het hoofdkantoor van het satirische weekblad Charlie Hebdo in Parijs. Hier vielen veel doden: het zorgde voor internationale opschudding, wierp vragen over persvrijheid op. Dit boek wordt verkocht als ‘roman’ maar is eigenlijk een groot autobiografisch werk over een overlever van deze aanslag, Philippe Lançon. Deze man, schrijver voor Charlie Hebdo en voor Libération, beschrijft in dit boek zijn perceptie op de aanslag en het onbegrijpelijk zware proces van alles wat daarop volgde. Wat zo mooi is aan dit boek is dat het erg sensationeel klinkt maar dat op geen moment wordt – Lançon lijkt geen zelfmedelijden te kennen, stelt zich nooit de ‘waarom ik’-vraag, ondersteunt zijn anekdotes over het fijne ziekenhuispersoneel en het aangepaste leven met voorbeelden en passages uit de door hem zo geliefde (Franse) boeken. Het is een meanderend boek over het meemaken van iets onherroepelijks op een manier die je nooit forcéért te realiseren hoe duister het verhaal is – een enorm knap, mooi, en bovenal interessant boek om te lezen.  

Geen opmerkingen