Een Nederlandstalige boekenblog door Sjoukje Croux

Mogelijk gemaakt door Blogger.

Drie maanden aan boeken


Ach, wat vliegt de tijd toch. Het is inmiddels 30 maart en ik besef nu dat de vorige keer dat ik een stukje tikte alweer rond kerst was en dat dit bericht jullie inmiddels al lang niet meer bereikt vanonder een dikke, wollen deken, maar vanaf mijn zonovergoten balkonnetje. Naast mijn laptop staat een glas citroenwater en ik bracht net nog een nieuwe laag zonnebrandcrème aan - ik kan het bijna niet geloven, maar het voelt als lente. Omdat een klein 'nieuw begin' altijd een mooi moment voor wat reflectie creëert, hierbij een kort overzicht van alles wat ik tot dusver las in 2021. Ik begon dit leesjaar met Op weg naar De Hartz van Wessel te Gussinklo, deel vier van de Ewout Meyster-reeks. Het was mijn tweede Te Gussinklo en hoewel ik denk dat De hoogstapelaar iets toegankelijker is, is dit een prachtig tweede boek om te lezen als je het niet aandurft om bij het begin (De verboden tuin, 1986) te beginnen. Hierna las ik In mijn mand van Lieke Marsman, een prachtige poëziebundel waar je het beste even de tijd voor kunt nemen. Ik las ook Honden huilen niet van Anne Moraal, een boek waar ik me aan waagde voor een boekenclub - over een Noord-Koreaans restaurant in Amsterdam Osdorp waar ik eigenlijk geen voeling bij kreeg. Daarna las ik Opwindende tijden van Naoise Dolan. Toen had ik het gevoel even in een iets minder goede leesflow te zitten want ook dit vond ik niet zo top, maar daar moet ik ook bij zeggen dat het erg à la Sally Rooney is en dat dat een auteur is waar ik ook weinig warm van word. Hierna waagde ik me aan Lize Spits nieuwe pil Ik ben er niet, wat ik soms een beetje te spannend, vlot vond, maar waar ik op hetzelfde moment in drie dagen doorheen was en continu zin in had. (Dat deed me ook weer reflecteren op wat lezen nu eigenlijk zo leuk maakt: of het de 'complexiteit' is, het 'voldane gevoel' als je het uit hebt, of het feit dat je je een boek over tien jaar misschien niet meer kunt herinneren maar wel in één ruk wil uitlezen. Ik ben er nog steeds niet over uit, en zal dat misschien nooit zijn.)

    Na Spit ging ik verder met Mensen in de zon van Marijke Schermer - ik vond Liefde, als dat het is zo (!) mooi en Noodweer ook enorm: dit boek zat qua plot wat minder ongecompliceerd in elkaar en voelde af en toe wat meer onaf, maar dit werd ruimschoots gecompenseerd door de treffende zinnen die Schermer af en toe schrijft, waar ik iedere keer enorm van kan genieten. (Ik schreef over dit boek ook een kort stukje voor Het Parool, ik zal het hieronder invoegen.) Ik las ook Al het blauw van Peter Terrin, over een relatie tussen een oudere vrouw en een jongere jongen - het is een boek dat erg interessant geschreven is, met heel vloeiende overgangen tussen de perspectieven vanwaaruit je leest, helaas zorgde dit er bij mij juist op de één of andere manier voor dat ik de vaart soms een beetje verloor. Hierna las ik Sophie Lakmakers debuut De geschiedenis van mijn seksualiteit - niet De geschiedenis van de seksualiteit van Foucault, wat ik bijna per ongeluk aanschafte omdat een boekhandelaar me verkeerd verstond - wat ik echt fantastisch vond: komisch maar toch kritisch, überpersoonlijk maar toch kon ik me ermee identificeren. Ook waagde ik me aan Het lichtschip van Mathijs Deen, een boek over onder andere een bokje op een schip. Het was op bepaalde momenten heel sterk, maar verloor naar het einde toe wat aan overtuiging. Ook las ik Wij zijn licht van Gerda Blees - een aanrader die misschien wat spannend kan klinken omdat het vanuit vijfentwintig (geloof ik) verschillende 'dingen' geschreven is (dus, sinaasappelgeur, sigaretten, muren die dingen meemaken) - hoewel het ietwat experimenteel kan klinken voor de lezer die dit algauw quatsch vindt, vond ik het op geen enkel moment te hard geprobeerd en zorgde het er voor mij juist voor dat ik de personages - de ademhalisten - op een onvoorspelbare manier leerde kennen. [Echt waar, lees dit boek. Zeker als je net als ik enorm gefascineerd was over al het nieuws omtrent de woongroep in Utrecht een aantal jaar geleden.] Ook las ik Het aanbidden van Louis Claus van Helena Hoogenkamp, hier werd ik minder enthousiast van, ik moet eerlijk zeggen dat ik het met moeite uitlas omdat ik het vaak iets te geprobeerd vond voelen. (Soms heb je dat, en ik kan dan niet zo goed de vinger leggen op waarom dat zo is, in dit geval.) Melktanden van Emma Curvers kwam ook aan bod (een prima lenteboek, denk ik) en ik gaf een boekenclub over Aslast van A.H.J. Dautzenberg (een minder geschikt boek voor een luchtige lentedag, maar bijzonder geslaagd om te bespreken tijdens bijvoorbeeld een boekenclub door de onconventionele vorm.) Als non-fictie van deze drie maanden las ik Vrij van corona van Jaap Goudsmit, een boek dat je net wat meer geïnformeerd inzicht geeft in deze vreemde tijden. 

     Aan leestijd geen gebrek, zoals je ziet. Aan chronologische 'entoenentoenentoens' ook niet. 

    Ik begon vanochtend aan Herfst van Ali Smith (mijn eerste Ali Smith! Ik durf het bijna niet te typen), hierna begin ik aan Confrontaties van Simone Atangana Bekono (erg benieuwd, mijn stiekeme projectje is het lezen van alles op de Librislijst, maar ik wil dit niet te hard typen, misschien lukt het wel niet), en op de één of andere manier wil ik het nieuwe Meneer Wilder en ik van van Jonathan Coe heel graag lezen. Waarom dat zo is, weet ik eigenlijk niet, maar soms heb je dat - dat een boek naar je schreeuwt, en dat je het dan maar blijft tegenkomen. Er ligt nog heel veel méér op de stapel maar dat bewaar ik voor een volgende keer. Geniet van de zon, en vergeet niet altijd een boekje in je tas te stoppen. 

     (Ik voel me een beetje buiten adem. De volgende keer bespreek ik niet veertien boeken in in één keer. Adieu!)