Een Nederlandstalige boekenblog door Sjoukje Croux

Mogelijk gemaakt door Blogger.

Waarom ik lees (een pleidooi tegen schaamte)

Het is een beetje een pretentieuze titel, ik weet het: alsof er een essentieel verschil zou bestaan tussen een 'lezer' en een 'niet-lezer'. En dat is er niet, niet écht - maar dat idee bestaat wel, en ik denk dat het daar fout gaat in leesland. Sinds een paar maanden werk ik in een boekhandel en hier wordt het verschil tussen de 'lezer' en de 'niet-lezer' op een dagelijkse basis geïllustreerd. Regelmatig verkoop ik Pfeijffers boek Grand Hotel Europa, wat natuurlijk onwijs maatschappelijk én literair verantwoord is - regelmatig verkoop ik thrillers, die dan met toch wat minder parmantigheid over de balie lijken te worden geschoven. Het ene verschaft maatschappelijke kennis in een semantisch ingewikkeld jasje; het ander verschaft leesplezier zonder dat jasje en dat is toch zeker niet dat wat een boek moet doen? Vandaag las ik op de website van de Volkskrant een artikel over hoe 'ons' streven naar efficiëntie en tijdsoptimalisatie ervoor zorgt dat we minder (gevarieerd) lezen (klik). Ik ben het daar roerend mee eens: ik herken het bij mijzelf en mijn Goodreads reading challenge waardoor ik boeken per se wil uitlezen omdat het anders geen 'doel dient', ook al vind ik ze stom. Hetzelfde geldt voor mijn tegenwoordige (on)bewuste aversie tegen boeken van een pagina of achthonderd want in die tijd kan ik toch ook vier dunne boeken lezen? Hoewel dat een heel andere problematiek is, hangt het wel samen met dit probleem: de schijn van pretentie die om 'lezen' en 'lezers' hangt. Boeken lijken in een raamwerk te kunnen worden geplaatst waar de Zeven zussen van Lucinda Riley compleet tegenover eerste drukken van Mulisch en Hermans staan, waar het boek van Pfeijffer ook iedere week een traptree naar beneden glibbert omdat het toch wel erg beroemd aan het worden is. 




Laatst zat ik koffie te drinken met een vriendin. Ze vroeg me waaróm ik eigenlijk lees. Op de één of andere manier is 'het boek' mijn halve leven geworden: het is een van de weinige dingen waar ik over praat, mijn studie, mijn werk, iets wat ik een significant aantal uren per week doe - en toch wist ik deze vraag niet te beantwoorden. Mijn antwoord was dan ook onbevredigend, maar op hetzelfde moment onwijs waar: ik heb echt geen flauw idee wat ik anders moet doen. Wat doe je als je alleen in een café zit? Voordat je gaat slapen? Op het moment dat je zwemmen bent maar het water te koud maar het moment nog niet dáár om naar huis te gaan? Als je alleen eet? Als je met mensen bent en niets meer te vertellen hebt? Al dit illustreert waarschijnlijk mijn punt: dat ik niets beters te doen heb is enerzijds waar, anderzijds onwaar. Ik kan series gaan kijken, maar daar ben ik te onrustig voor. Ik kan gaan breien, maar waarschijnlijk zou ik mijzelf in een oog steken en verblinden. Ik kan gaan sporten, maar daar ga ik niet eens een tegenargument voor verzinnen. Lezen brengt me heel veel, op zo afgrijselijk veel verschillende manieren, dat het niet in één antwoord te verpakken is. 


Een tijd terug vroeg een collega me wat mijn lievelingsboeken zijn, uit welke auteur ik echt leesplezier haal. Hoewel ik wat stamelde - Rob van Essen, Marijke Schermer, Ottesssa Moshfegh, kortom, de normale boeken die onder de oppervlakte toch wel wat vreemder zijn... - heb ik hier nog veel over nagedacht. Mijn lieve-lievelingsboek ooit is De Nix van Nathan Hill, omdat dat boek me herinnerde aan wat lezen kan zijn: een obsessie, een niet-kunnen-stoppen met lezen, het enerzijds zó snel willen lezen dat je ogen het niet bij kunnen houden, anderzijds het gevoel van rouw dat je bekruipt zodra je het boek dichtslaat, omdat je een vriend bent verloren. Dat boek las ik een jaar of drie geleden voor het eerst (een dergelijk gevoel vind je niet vaak), maar het deed me vooral denken aan vroeger, hoe ik verliefd was op Edward Cullen en nog vroeger, hoe ik alle Carry Slee-boeken verslond, en nog vroeger, hoe de Griezelbus ervoor zorgde dat ik niet durfde te slapen en nog vroeger, hoe ik het maximaal aantal boeken uit de bibliotheek meesleepte naar de warme landen waar mijn oudjes me mee naartoe namen. Dat gevoel had ik al lang niet meer ervaren, tot ik een paar dagen geleden Compassie las van Stephan Enter. Het plot an sich is niet zo bijzonder - het gaat over een mislukte relatie - maar het herinnerde me aan wat een boek kan dóen. Dat bepaalde zinnen een fysieke reactie kunnen opwekken, niet eens een traan misschien, maar een steekje in je borst, een steek van herkenning, wat de intentie van die zin dan ook geweest mag zijn, al gaat het om een koffiekopje in het boek dat precies net zo blauw is als de placemat waar je kom tomatensoep op staat. Het kan álles zijn. Dat avondeten echt nog een uur kan wachten als je dan eerder het boek uit kunt lezen. Dat je de laatste vijftig pagina's nog eens wilt herlezen, gewoon, om dat gevoel nog eens te ervaren, maar dat dat niet kan op die manier - misschien over twee jaar - en dat je er dan weer andere dingen uit haalt. Iets soortgelijks ervaar ik op dit moment met de biografie van Susan Sontag: natuurlijk, een biografie is lekkere non-fictie, ik leer veel over metaforen en Freud en fotografie en zelfs wat filosofie. Maar een biografie is ook zien dat onze 'iconen' hun best deden te komen waar ze zijn of waren, verdriet hadden, soms ook geen flauw idee hadden van wat ze deden. Of wat 'online lezen' voor mij doet, het eindeloze op Instagram wauwelen over wat ik dan weer daar heb gekocht - met niets heb ik zoveel vrienden gemaakt als met boeken. 


Dat betekent natuurlijk niet dat een boek dit hoeft te doen. Boeken zijn 'boeken' ongeacht het label dat je er aan hangt. Het zijn kaften met pagina's ertussen, als het goed is staan er wat letters op die pagina's. Ze hoeven geen fysieke reactie op te wekken. Ze kunnen je kennis verschaffen die je vervolgens deelt of ergens in een laatje in je hoofd stopt. Ze kunnen je beter laten voelen over jezelf. Ze kunnen dat wat je ervaart in een vocabulaire gieten die je zelf niet hebt. Misschien zorgen ze er slechts voor dat de tijd voorbij gaat. En dat kunnen álle boeken doen. Al maken ze je boos omdat ze zo slecht geschreven zijn. Al maken ze je verdrietig, omdat je het zelf niet schreef. Ze doen altijd íéts, anders zou niemand lezen, zou niemand de moeite nemen om een boek te schrijven. Ik denk dat we actief moeten proberen de pretentie, waar ook ik me soms schuldig aan maak, van boeken te verwijderen. Om thrillers net zo veel 'boek' te laten zijn als boeken die op de literatuurtafel liggen. Om Lucinda Riley - met hoeveel verbetenheid ik dit ook typ - net zo veel waarde te geven als David Markson. Want hoewel het super literair verantwoord is dat ik Wittgensteins minnares op mijn nachtkastje heb liggen, snap ik er geen snars van, en is dat juist - hoewel het heerlijk kan zijn, de verwondering! - op dit moment precies níét wat ik zoek, nu in ieder geval. Lezen is een van de meest solitaire doch sociale activiteiten. Boeken zorgen ervoor dat ik vrienden maak, dat ik relativeer, emoties ervaar - soms heb ik drie weken lang geen zin om te lezen en ook dat is oké. Uiteindelijk maakt het echt niets uit wát een boek doet op welke manier - als het maar iets doet - als we ons maar nergens voor schamen. 

Wat woorden over De flard van Philippe Lançon

Mijn hemel, telkens als ik denk dat het 'niet zo erg' gesteld is met mijn blogposts werp ik een blik op het laatste dat ik schreef, en de verstreken tijd tussen artikeltjes lijkt steeds groter te worden. Op 15 juli plaatste ik voor het laatst iets - en dat was dan ook een summiere verzameling van korte stukjes over negen boeken die ik daarvoor las. Nu wil ik me niet telkens excuseren voor hoelang de stilte hier duurt, maar toch voelt het vreemd om het niet te doen. Ik wil nu niet weer een groot verzamelartikel schrijven over alles wat ik las de laatste tijd want - hoe pijnlijk dat ook mag zijn - het was niet zo veel. Vandaag stelde ik mijn 'Goodreads reading challenge' bij van 60 boeken in 2020 naar 52, en ik moet eerlijk bekennen dat dat een vrij pijnlijk moment was. Ik realiseerde me echter dat ik telkens naar dunne boekjes grijp om maar aan die mij door mijzélf opgelegde verplichting te voldoen, en dat is natuurlijk niet de bedoeling - want vaak zijn het de dikkerds waar je je even doorheen moet worstelen die je dan toch net iets meer raken dan de één-avond-dunnetjes. Zo ook De flard van Philippe Lançon, een boek over de aanslag op Charlie Hebdo dat ik zo intens goed vond dat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om er niets over te schrijven. 



Ik kan het me nog goed herinneren, de 'Je suis Charlie'-foto's in de media, de grote verontwaardiging die ontstond na de overrompeling van iets waarvan ik denk dat niemand had verwacht dat het op zo'n manier zou gebeuren. Op 7 januari 2015 vielen in Parijs twee mannen, gewapend met kalasjnikovs, de redactievergadering van het blad binnen en lieten daar een ravage van twaalf doden achter. Er viel ook een tiental gewonden, waaronder Philippe Lançon. 


De flard is een verzameling van herinneringen. Aan de aanslag, uiteraard, maar het is véél meer dan een blik in retrospectief op een levens- maar vooral wereldveranderende gebeurtenis. Het boek begint met een beschrijving van de avond van tevoren, die Lançon met een vriendin in het theater doorbracht. We lezen dat Lançon daarna op de dag van de grote gebeurtenis wakker wordt, in zijn groezelige met boeken volgestouwde appartement zijn ochtendoefeningen doet, naar de redactie gaat, en zijn fiets voor de deur achterlaat. Hij beschrijft de redactievergadering, het moment van binnenkomst van de aanslagplegers, over hoe hij doet alsof hij overleden is om zijn eigen leven te redden en er later achter komt dat zijn kaak aan gruzelementen is. Ik merk dat ik het moeilijk vind om het niet sensationeel op te schrijven. Hoewel het dat is, voor mij, nu, want ik probeer het in een aantal woorden samen te vatten, is dat wat ik zo bijzonder vind aan dit boek: de sensatieloosheid van het werk. Want ondanks dat Lançons leven voor altijd anders is en hij een onderdeel geworden is van een heel naar stukje geschiedenis, lezen we dat hij na deze aanslag naar het ziekenhuis gaat, zich hier vooral bekommert om zijn achtergelaten fiets en zijn iPhone die stuk is gegaan zodat hij zijn vriendin aan de andere kant van de wereld niet kan bellen. Lançons proces is lang maar hij raakt bevriend met het ziekenhuispersoneel, en afgewisseld met passages over de gebeurtenis en zijn herstelproces zijn talloze referenties aan literatuur, theater, zijn eigen verleden en het leven in het algemeen. Wanneer het boek iets te medisch wordt draait het zich snel om naar iets waar ik erg van houd - boeken natuurlijk - en hoewel het soms een beetje langdradig is, vind ik dat juist de schoonheid van dit werk. Je wordt totaal meegezogen in het verhaal zonder te vergeten dat het beschrevene vreselijk is, maar met geen greintje zelfmedelijden verteld wordt. En dat is nodig, voor een verhaal als dit, denk ik. Lançon had door de gebeurtenissen een mensenhatend wrak kunnen worden en iedereen had het hem vergeven, maar hij zet de kracht van de literatuur in om zijn eigen ervaringen te verwerken en ze te delen met de lezer die voorbij de potentiële heftigheid van het werk kan kijken. Erg, erg mooi. 

Negen boeken, twee maanden: een snelle terugblik

En toen was er... niets. Voor twee maanden! Wie had gedacht dat tijd zo snel zou gaan tijdens het schrijven van een scriptie (en picknicken en in de zon zitten en luieren) (oei!). Goed, hoewel het lijkt alsof ik niets las na de biografie van Simone de Beauvoir is niets minder waar; in mei, juni en half juli las ik negen boeken uit (en nog meer boeken half). Zie hier de lijst, met in een paar zinnen mijn mening.

Een ongerelateerde foto van de droogbloemenverzameling in mijn moeders kelder


Condities - Thomas Heerma van Voss
Een boek van een schrijver met de ziekte van Crohn, over een schrijver met de ziekte van Crohn, die een boek schrijft over een man met de ziekte van Crohn. Ingewikkeld, een beetje, maar niet 'slechts' een boek over ziekte - het houdt je als lezer een spiegel voor die laat zien hoe we als mens eigenlijk altijd een beetje op zoek zijn naar (sensationele) parallellen, zelfs als ze er niet hoeven te zijn. Bovendien is het werk ook vaak komisch; ik vond dit een bijzonder goed boek dat, hoewel het complex is, nooit pretentieus wordt. 

Stadium IV - Sander Kollaard
Ik ben groot fan van Uit het leven van een hond (lees hier een recensie uit maart) en omdat ik graag doorlees binnen het 'oeuvre' van een schrijver besloot ik ook Stadium IV te lezen. O, wat begon het boek over een koppel waarvan de één kanker krijgt prachtig, maar op een gegeven moment wordt het erg 'medisch jargon'-achtig (wat vervreemdend werkt, ja, en past bij ziekte, ook, maar voor mij slechts afleidde van de essentie die in niet eens 200 pagina's beschreven werd) - bovendien vond ik het einde zo ongeloofwaardig dat ik het boek een beetje teleurgesteld dichtklapte. Jammer, maar Uit het leven van een hond blijft compenseren voor mij. 

Zwarte schuur - Oek de Jong
Ik begon dit boek te 'lezen' als luisterboek maar op een gegeven moment was ik dat geluister toch een beetje zat en leende ik het. Tja, wat kan ik hiervan zeggen; het boek over de kunstenaar 'met een verleden' (pampampam) is onderhoudend, zeker in het begin, maar na een tijdje maakte het me niet meer zo veel uit. Het was mijn eerste Oekboek en hoewel ik het (zeker als luisterboek) prima vond werken, vond ik de zinnen om te lezen (stilistisch) weinig sprankelend. Ik ben zelden verrast of verdwaald in de tekst, iets wat ik doorgaans wel erg kan waarderen. 

Het wolkenpaviljoen - Jannie Regneris
Dit boek is de tegenhanger van Zwarte schuur; een verhaal of plot ontbreekt grotendeels en het onwijs dunne boekje leunt dan ook vooral op de treffende zinnen en mooie vergelijkingen. Alles in dit boek is als iets anders - wat een beetje veel kan worden als het niet helemaal je ding is -  maar ik vond het geslaagd genoeg om niet storend te zijn. Het wolkenpaviljoen gaat over een architect die terugblikt op een verleden met vrouw en kind en vooruitblikt op een gecompliceerdere toekomst; architectuur in Japan is een groot thema binnen alle metaforen. Ik houd zelf erg van dunne 'hapslikweg'-boekjes die je in een avond uit hebt; Het wolkenpaviljoen is een mooi voorbeeld daarvan (dat na die avond lezen nog wel even in je hoofd hangt). 

Madonna in a Fur Coat - Sabahattin Ali 
In het thema 'boeken voor in één avond' hoort Madonna in a Fur Coat zeker thuis. Dit boek, over een man die een vrouw ontmoet die de rest van zijn leven beïnvloedt, is mooi omdat het zo simpel is. Het boek begint als raamvertelling maar uiteindelijk wordt het een verhaal dat je verplaatst naar een oud Berlijn - heel ongecompliceerd met een einde dat me een minitraantje heeft doen wegpinken (en dat gebeurt niet heel vaak). Bovendien kocht ik dit boek, nadat ik het in het Engels leende, in het Nederlands via Marktplaats - en kreeg ik het spontaan cadeau, van de voor mij onbekende verkoper - op een lege Dam tijdens het hoogtepunt van de quarantaine. Ja, erg bijzonder. 

Jaag je ploeg over de botten van de doden - Olga Tokarczuk
Hmmm, dit op het moment erg bekende boek over moorden in een klein Pools dorp heeft me wat tijd gekost. Hoewel ik het grappig en (leuk) luguber en actueel vond lukte het me maar niet om het uit te lezen - op een gegeven moment heb ik maar doorgezet en las ik het, met plezier, uit. Soms heb je dat zo. Ik vond het geen boek dat ik voor altijd zal onthouden maar het is geestig en ook wel een beetje spannend, bovendien erg interessant als je geïnteresseerd bent in hoe krom het is dat wij als mensen zoveel dieren consumeren (en 'gebruiken'). Een aanrader? Iets meer dan medium. 

De dood in haar handen - Ottessa Moshfegh
Ja, een nieuw boek van Moshfegh! Hoewel ik Mijn jaar van rust en kalmte soms fantastisch en soms gewoon wat te geforceerd vond genoot ik enorm van Homesick for Another World, de verhalenbundel. De dood in haar handen gaat over een 72-jarig vrouwtje in een klein dorp (een thema deze maanden?) dat een briefje in het bos vindt. Op dat briefje staat een hint over een moord, en hoewel het even een detective-achtig boek lijkt te worden (net als het ploegenboek) vindt dit verhaal voornamelijk plaats in het (enigszins warrige) hoofd van hoofdpersoon Vesta. Ik vond het een heel mooi, soms duister boek en blijf zeker doorgaan met het lezen van alles wat Moshfegh schrijft. 

Tekens van leven - Frederik Willem Daem
Ja, nee. Dit boek kocht ik in eerste instantie omdat ik de vormgeving zo mooi vond (ja ja ja nee nee nee ik weet het!) en ook omdat ik het verhaal, dat grotendeels plaatsvindt in een café, veelbelovend modern-Bukowski-achtig gezellig vond lijken. In Tekens van leven lezen we over Andreas, die aan het begin van het boek uit elkaar gaat met zijn vriendinnetje Hertje. Hij gaat op pad naar een café en blijft daar, voor veel maanden, en glijdt af naar een bestaan dat bij elkaar wordt gehouden door kopstootjes en lauwe bitterballen. Hoewel het principe mooi is vind ik de schrijfstijl wat te geforceerd filosofisch, bovendien meandert het verhaal maar voort en weet ik niet wat het doel van het verhaal nu precies is. Dat hoeft er in essentie niet te zijn, natuurlijk, maar op het moment dat je je dat afvraagt weet je dat er iets ontbreekt. 

Noodweer - Marijke Schermer
Liefde, als dat het is was één van mijn favorieten de afgelopen tijd en logischerwijs besloot ik ook Noodweer te lezen. Dit boek gaat over een koppel dat eigenlijk (relatief) prima content is samen maar wiens relatie wordt overschaduwd door een verkrachting in het verleden. Het is een mooi verhaal over hoe we als mens niet altijd invloed hebben op wat ons overkomt en vooral op hoe we ermee omgaan; ik heb ervan genoten omdat het zo simpel is, geen enkel woord is te veel of overbodig en daardoor voelt het boek heel echt. Onwijs mooi. 


Dat was het weer! Momenteel lees ik De flard van Philippe Lançon, Charlie Hebdo-'overlever' - weer eens wat anders maar tot nu toe heel (heel) erg goed. Jullie horen van me, tot snel! 


Recensie: Simone de Beauvoir, een leven van Kate Kirkpatrick

Filosoof, schrijver en feministisch icoon – Simone de Beauvoir was het allemaal. Biografe Kate Kirkpatrick had voor het eerst toegang tot nooit eerder beschikbare dagboeken en correspondentie. Het resultaat is een echte pageturner: diepgravend, verrassend en ontroerend.

Deze baanbrekende biografie werpt een geheel nieuw licht op De Beauvoir, die definitief neergezet wordt als een van de belangrijkste denkers van de twintigste eeuw.



Recensie: Liefde, als dat het is van Marijke Schermer

Terri en David, pas gescheiden, verlangen beiden naar een nieuwe invulling van liefde. Tegelijk gaan ook hun nieuwe geliefden en hun kinderen op een zoektocht naar wat het is en hoe het moet: samenzijn, een individu zijn binnen het gezin, én leven buiten het gebeitelde verband. Liefde, als dat het is gaat over de vele versies van de liefde: puberromantiek, vriendschap, lust, tot-de-dood-ons-scheidt en de intensiteit van het moment. 

Recensie: Uit het leven van een hond van Sander Kollaard

Uit het leven van een hond beslaat een zaterdag uit het leven van Henk van Doorn, 56, IC-verpleegkundige, alleenstaand. Hij wordt wakker, ontbijt, laat de hond uit, doet boodschappen. Het wordt allesbehalve een doodgewone zaterdag als Henks hond ziek blijkt. Het dier zal sterven, niet vandaag of morgen, maar binnen afzienbare tijd. Dat gegeven gaat als een sleepnet over de bodem van de dag en haalt de gebruikelijke gedachten boven: dat de tijd maar één richting kent; dat we zo kwetsbaar zijn; dat we zo eenzaam zijn, hoeveel liefde we ook vinden. 

Henk heeft het grote talent om uit een acuut besef van sterfelijkheid een krachtig carpe diem te putten: leef het leven ten volle. En dat maakt Uit het leven van een hond tot het tegenovergestelde van een verdrietig boek. Aan het eind van de dag zien we Henk, in helderziende dronkenschap, met zijn hond op de bank. Wat was dit voor een dag? Een reinigende ervaring? Een catharsis? Nee, het was simpelweg een dag, tijd die voorbijging, het leven dat werd geleefd.