Een Nederlandstalige boekenblog door Sjoukje Croux

Mogelijk gemaakt door Blogger.

Recensie: La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer

Deze roman is een monument voor een stad zoals er maar één is: Genua, La Superba (de hoogmoedige). Maar behalve een roman over een labyrintische stad, is het ook een liefdesverhaal dat tragisch eindigt. ''La Superba'' onderzoekt, vertelt en ontrafelt de illusie van een beter leven elders en laat zien hoe mensen op verschillende manier verdwalen in die fantasie. ''La Superba'' zet de luxe-immigratie van de noorderling, dromend van la dolce vita Italiana, af tegen zowel het lot van de Afrikaanse immigranten, dromend van gegarandeerde rijkdom, als van de miljoenen Italianen die in de negentiende en twintigste eeuw vanuit Genua zijn geëmigreerd naar de Nieuwe Wereld: La Merica, waar de straten met goud geplaveid zouden zijn. De zoektocht naar een beter leven elders gaat bij de hoofdpersoon gepaard met een innerlijke verkenningstocht naar een andere en beter persoonlijkheid; naar empathie, elegantie en vrouwelijkheid.



Ik vind Ilja Leonard Pfeijffer een prettige auteur. Hij kan soms een beetje intens zijn, misschien een tikje vol van zichzelf en zijn capaciteiten als Nederlands auteur in Genua, een stad die ik nooit bezocht, maar stiekem is het ook heel fijn om een tekst te lezen van een schrijver die wéét dat hij er goed in is. Ik las niet al te lang geleden Peachez, een romance en Grand Hotel Europa van dezelfde auteur en dit boek, de Libriswinnaar van 2014, kon niet achterblijven. 

Ik weet dat dit een boek is dat de meesten al gelezen zullen hebben, dus een recensie is misschien wat overbodig. Dat dit een fijn boek is, is algemeen geaccepteerd, en deze paar lovende woorden zullen wellicht weinig toevoegen. Toch wilde ik een poging wagen, omdat dit boek mij voor het eerst in een lange tijd deed tranen - en dat in een trein waar de airco stuk was, dus er hoefde niet per se toegevoegd te worden aan de hoeveelheid druppeltjes op mijn lijf. 

Ik zal niet te veel vertellen over het boek. Het gaat over La Superba, Genua, de stad waar die brug een aantal jaar geleden van instortte, weet je nog - de beschrijvingen over de nachten doen me vermoeden dat er op iedere straathoek een unieke Godfather staat, de beschrijvingen over de dagen doen me vermoeden deze niet anders zijn maar je er wel lekker frisse drankjes bij kunt drinken. Goed. Het is een briefroman, we lezen stukken tekst die geschreven zijn aan een 'goede vriend' - wat grappig is, want het voelt alsof je intieme notities inleest omdat er regelmatig staat dat Pfeijffer nog het een en ander moet aanpassen, mocht hij het willen publiceren - en verder is het een grote ode aan het leven in een niet al te bekende stad waar je dingen kunt doen die vooral Pfeijffer zich als gevierd schrijver niet in Nederland kan permitteren. 

Maar dan, wat mij deed sippen in de trein. In het boek beschrijft Pfeijffer veel van zijn caféavonden, en op deze avonden leert hij natuurlijk ook mensen kennen. Een van die mensen is Don. Deze Don heeft een ogenschijnlijk spectaculair leven achter zich - hij werkte voor de geheime dienst, heeft kinderen over de hele aardbol, spreekt met een dik Engels accent - is ieders vriend, drinkt liters gin tonic op een dag, die hij dan cappuccino's zonder schuim noemt. Don is alcoholist, maar van de goede soort, die misschien niet meer uit zijn woorden komt maar geen vlieg kwaad doet, het prima vindt te verdrinken in zijn aangelengde drankjes. Tot Don op een dag niets meer zegt, niet meer nipt aan zijn cappuccino's zonder schuim, en met een glimlach op zijn gezicht, met zijn zonnebril op, niet reageert op alle 'ciao Don's' die door het café galmen. Don is dood. De ambulance was snel ter plekke, de vrienden in de kroeg vragen hoe lang hij al heen was. En nu citeer ik: 'Dat is moeilijk te zeggen. Maar toch al minstens een uur of vier. Hebben jullie niets gemerkt?' - 'We dachten dat hij gelukkig was.'

Ik hoop dat deze korte vertelling naar boven brengt wat ik zo mooi vond aan dit boek. Goed, het is soms wat minder vriendelijk tegenover vrouwen, mensen in het algemeen, toeristen, de hele mikmak en eigenlijk iedereen die geen schrijver is en zelfs dan is het niet goed - maar dat vind ik niet erg, want wanneer ik boeken als deze lees heb ik het gevoel zelf ergens in een zuidelijk land te zitten met een bubbelend drankje voor me, sigaar op de mond (hoewel sigaren me helemaal niet lekker lijken), manuscript ergens in een bak voor een boek dat ik ooit zal uitbrengen (lijkt me sterk), herinneringen van de vorige avond die langzaam beginnen te verschijnen. Kort gezegd, dit boek laat me voelen. En daar was Don het beste voorbeeld van. Waar ik me soms een beetje erger aan de pretentie voegt de pretentie zoveel toe aan de leeservaring, en kan ik me na drie boeken van Pfeijffer te hebben gelezen wel permitteren te zeggen dat ik een minifan ben en uitzie naar het volgende werk. Of een herlezing van La Superba, want die komt er snel aan. Als ik ergens in Frankrijk (mijn land van voorkeur) achter een veel te dure rode wijn zit, bijvoorbeeld. Ik zie er al naar uit. 

Geen opmerkingen